OCP - Nijmegen

  • Smaller scherm
  • Breder scherm
  • Automatische breedte
  • Kleiner lettertype
  • Standaard lettertype
  • Groter lettertype
Home Rond Vieringen Preek van de week Genezing voor de zieken
Genezing voor de zieken PDF Afdrukken E-mailadres
Geschreven door Barbel de Groot-Kopetzky   

5e zondag van Epifanië

Lezingen: 2 Kon 4,18-21.32-37 en Marcus 1,29-39

Beste medegelovigen,

voor deze viering had ik een e-maildiscussie met Mathé Prick. Het ging om de keuze van de oudtestamentische lezing: de vraag was volgen we het oecumenisch rooster  met de lezing van de genezing en opwekking van de zoon van de Sunnamitische vrouw of de klacht van Job volgens het Romeinse rooster? In beide lezingen gaat het om een zieke. Ik legde een beetje verveeld het genezingsverhaal uit 2 koningen opzij. Het boeide mij niet, maar wel Mathé. Hij schreef: Voor mij persoonlijk is het een fantastische lezing: het beschrijft een kwaal die ik nog één of tweemaal per maand aan mij voorbij zie komen.

Ik zal u de medische termen besparen: het gaat om plotselinge hoofdpijn, onverklaarbaar. Een bloeduitstorting in het hoofd. En het lijkt alsof de profeet mond-op-mond-beademing toepast. Kortom: een toneel uit het leven gegrepen. Voor mij was het veraf, droog papier! Ik vroeg me af: waarom gaat de profeet Elisa op de jongen liggen? Pas met de uitleg van Mathé begon er mij iets te dagen.

Want ik ben meer thuis in het boek Job: in de klacht van de mens die zoekt naar antwoord op de vragen naar het waarom, hoe omgaan met de ziekte, met het verlies van waardigheid, met afhankelijkheid. Dat was en is voor mij een veel herkenbaarder horizon. Als pastor kom je vooral met deze vraag in aanraking.

Ik ben overstag gegaan zoals u gemerkt hebt.

Je persoonlijke en professionele ervaringen kleuren je lezen en je waarneming van een bijbelse tekst in. Zij vormen onze horizon van verstaan. Bij het vertellen van verhalen gaat het om verbreding van onze horizon ne zo werd mijn horizon verbreed.

Elisa, de profeet, over wie vele wonderlijke verhalen verteld wordt, die een groep leerlingen om zich heen verzamelde en met hen van plaats naar plaats trok kwam ook naar Sunnem waar een voorname vrouw woonde. Zij nodigt hem aan huis uit. Had zij hem horen preken, we weten het niet. Waarschijnlijker is dat zij over hèm had horen spreken en dat zij nieuwsgierig was geworden. Elisa bezoekt het huis en sindsdien gaat hij altijd bij haar bezoek als hij langs Sunem komt. Geen uitwisseling van gesprekken, alles op afstand, heel deugdzaam!

Dan laat de vrouw door haar man op het dak van het huis een apart vertrek voor Elisa bouwen om zich na de maaltijd  te kunnen terugtrekken. Zij vraagt aan hem geen tegenprestatie: het is voldoende voor haar dat de man Gods in haar huis komt. Via zijn knecht komt Elisa erachter dat haar grote verdriet is dat zij geen kind, geen zoon heeft. Bij zijn weggaan voorspelt hij haar de geboorte van een zoon. En zo gebeurt het natuurlijk ook: net zoals bij Sara in Mamre, of de vrouw van Manoach, Hanna de moeder van Samuel.

Maar dan wordt het bekende verhaalschema onderbroken. Deze zoon, het enige kind van zijn moeder, wordt op het veld door hevige hoofdpijn overvallen. Zijn vader laat hem naar zijn moeder terugbrengen in huis. Hij lijkt dood en zij legt haar zoon op het bed van de man Gods en vertrekt dan in allerijl naar de berg Karmel om Elisa te halen.

De verteller bouwt de spanning op: nog even een tussenspel en dan pas grijpt de vrouw de voeten van Elisa vast.Zij geeft niet op: zij discussieert zelfs met Elisa! Zij maakt hem verwijten: ‘Mijn heer, heb ik u soms om een zoon gevraagd? Heb ik u niet gezegd: U moet mij niets voorspiegelen?’ Een man Gods hoort betrouwbaar te zijn: niet even een wondertje ! Zij is vasthoudend: zij dwingt Elisa om mee te gaan. Zijn aanwezigheid is noodzakelijk.  Zij heeft de man Gods zelf nodig om te genezen, om te zien wat er gebeurd is, om haar en haar man te troosten. Hij mag het appèl van haar niet afwimpelen op een knecht en hem zijn staf meegeven. Zelf moet hij zien wat er aan de hand is. Zoals een arts niet kan volstaan alleen met foto’s, scans, verslagen op papier, maar moet zelf de patiënt zien en spreken.

De man Gods mag haar niet in de steek laten: het verhaal laat goed zien dat de betrokkenheid van Elisa als man van God niet met één keer voltooid is. Hij moet terugkomen: het verhaal van God met dit gezin gaat verder. Ja, in het boek der Koningen gaat het verhaal van de Sunnamitische vrouw nog verder: in hoofdstuk 8 zorgt Elisa ervoor dat zij en haar familie het land verlaat vanwege een komende hongersnood. Elisa laat zien dat Gods zorg en aandacht voor een mens doorgaat, verdergaat. Dat is het hoopvolle van dit verhaal waarin dan ook nog medische kennis in verborgen is.

De genezing van de schoonmoeder van Petrus is in vergelijking met dit eerste verhaal een simpel wonderverhaal. Edoch, Marcus vertelt dit verhaal helemaal aan het begin van zijn evangelie. Hij beoogt hiermee in korte beelden de persoon, de zending, het evangelie van Jezus te schetsen: met het optreden van Johannes, de doop, de roeping van de eerste leerlingen en Jezus komst in de synagoge te Kafernaum met de uitdrijving van de onreine geest en vervolgens de genezing van de schoonmoeder van Petrus. De blijde boodschap wordt neergezet in genezing van kwalen en in bevrijdende verkondiging als twee met elkaar communicerende vaten. Het is verrassend als je Marcus vergelijkt met Matteüs  ( 8,14-17)en  Lucas (4,38-44) die ons dit verhaal weliswaar ook overleveren, maar minder pregnant en veel later in hun evangelie. Daar wordt het een genezingsverhaal zoals vele andere. Door die plaats aan het begin van zijn evangelie  maakt ons Marcus erop  attent dat Jezus niet alleen mannen heelt en tot mannen spreekt. Hij stapt heel vanzelfsprekend het huis, de wereld van vrouwen, binnen en dit bij de eerste de beste gelegenheid. Vrouwen horen van meet af aan bij de mensen tot wie Jezus zich richt.

Kijken we nog eens naar het verhaal! Simon en Andreas vertellen meteen over de hoge koorts van schoonmoeder van Simon. Dus geen gedoe om Jezus als eregast te ontvangen. Men begint onmiddellijk over de zieke vrouw. Niet de gast, maar de zieke gastvrouw staat in het middelpunt van de aandacht. Haar ziekte wordt niet verborgen gehouden, de gast wordt op de hoogte gesteld van de zorgen voor een vrouw. Niemand vraagt om haar genezing. Jezus gaat meteen naar haar toe, pakt haar bij de hand en doet haar opstaan zonder naar haar geloof te informeren.De koorts heeft haar verlaten en “zij diende hen.”

Ook wij toehoorders van het evangelie worden geroepen om voorrang te geven aan de zieken in ons midden. Wij horen hen onze aandacht te schenken en wel door zorg thuis en door ons bidden, ook in de gezamenlijke vieringen waarin het evangelie wordt voorgelezen.

Er is echter nog een opvallende opmerking aan het slot van het genezingsverhaal:”…en zij bediende hen.” De evangelist gebruikt voor dienen ‘diakonein’ ( ook Matteüs en Lucas). In de lijn van het verhaal zou je nu niet ‘hen’ (de leerlingen), maar slechts ‘hem’ ( Jezus) verwachten. Een vrouw die haar genezer dankt met een goede maaltijd. Matteüs heeft dit blijkbaar onderkend en corrigeert ‘hen’in ‘hem’. Lucas (8,3)  herhaalt in een vergelijkbare samenhang de woorden  over vrouwen: ‘zij dienden hen (aangevuld met ) uit eigen middelen’. Het zou best kunnen zijn zoals een exegeet suggereert, dat Simon en zijn gezin inwonend is bij zijn schoonmoeder en dat zij zoals meer vrouwen rondom Jezus en zijn leerlingen de Jezusbeweging met voedsel of geld ondersteunen bij gebrek aan inkomsten op hun tochten. Mogen we deze vrouw als ‘eerste diaken’ zien  of  beter als een voorafschaduwing van wat later diakens en diakonessen zullen doen?

Op de avond van de genezing brengen mensen uit Kafarnaüm hun zieken en bezetenen naar Jezus toe. Voor de deur van het huis verzamelen zij zich en vragen om hulp. Zijn aanwezigheid brengt Gods rijk, Gods werkelijkheid, de blijde boodschap, hier op aarde ervaarbaar nabij, en toch hij geneest maar slechts voor even. Jezus verlaat heel vroeg ’s morgens  het huis en trekt zich terug in eenzaamheid. Zo breekt Gods goedheid even door, maar zij laat zich niet vasthouden. We kunnen dit moment niet vasthouden, we mogen hem niet aanklampen. Daar aan het meer van Galilea is geen nieuw paradijs waar de tijd stilstaat en het kwaad en het lijden buiten de omheining is.

Op de ochtend ontdekken zijn leerlingen dat Jezus de drukte van Kafernaüm ontvlucht is en zich teruggetrokken heeft op een eenzame plek om te bidden. Hij weigert terug te keren naar de plek van zijn succes als geneesheer. Heeft hij in de stilte van de ochtend nagedacht, gebeden over zijn verdere weg als verkondiger van de goede boodschap van God? Zijn roeping is niet die van een wonderbaarlijke genezer die voor alle kwaaltjes beschikbaar is. Voor hem geen grote tent of zaal om zieken en bedrukten te ontvangen.

Dit verhaal roept de eenzaamheid van Jezus in de tuin van Getsemane: hij bidt tot de Vader om kracht zijn weg te vervolgen in het besef van zijn weerloosheid. Jezus, de Heer, ondergaat de zwakte van ons mensenleven, hij is niet degene die mij behoedt voor ziekte en dood, maar hij is ons nabij door zijn bidden dat doorgaat. Het verhaal van Elisa en de Sunnamitische vrouw beeldt de voortdurende goddelijke zorg af. Ook wij mogen geloven en vertrouwen dat God ons adem geeft en ons de hand reikt tot leven. Amen.

5 februari 2012                                                          Bärbel de Groot-Kopetzky

 

OCP-kalender

April 2012 Mei 2012 Juni 2012
Zo Ma Di Wo Do Vr Za
1 2 3 4 5
6 7 8 9 10 11 12
13 14 15 16 17 18 19
20 21 22 23 24 25 26
27 28 29 30 31

Besloten gedeelte