OCP - Nijmegen

  • Smaller scherm
  • Breder scherm
  • Automatische breedte
  • Kleiner lettertype
  • Standaard lettertype
  • Groter lettertype
Goede grond PDF Afdrukken E-mailadres
Geschreven door Leo Oosterveen   

Goede grond

 

Preek in het OCP op 10 juli 2011

Lezingen:        Jes. 55, 6-13

                        Mt. 13, 1-9;18-23

Het komt vaak voor. We bereiden ons voor om een goed en aantrekkelijk voorstel te doen. En we hopen dat het bij de andere partij in goede aarde valt. We proberen het allemaal zo mooi mogelijk voor te stellen. Hopelijk zal dat onze partner overhalen met ons voorstel mee te gaan. We laten de ander er nog eens rustig over nadenken, misschien dat voor hem of haar in de tussentijd de aantrekkelijkheid van het voorstel toeneemt. Het komt vaak voor, in het zakenleven, maar ook in persoonlijke relaties. Nee heb je, ja kun je krijgen. Gelijk hebben is de kunst niet, gelijk krijgen wel.

Misschien dat dit soort overwegingen bij de leerlingen van Jezus en de allereerste christelijke gemeenten ook een rol hebben gespeeld, toen ze het evangelie verkondigden en het woord als zaad uitstrooiden onder wie het maar horen wilde. De nadere uitleg van de parabel in het tweede deel van dit evangelie (Mt 13,18-23) gaat, zeggen exegeten, vooral terug op de ervaringen van de jonge kerk met de verkondiging van het woord. De eerste christenen deden ontzettend hun best en waren vol van de boodschap die ze brachten. Ze hoopten hun toehoorders binnen en buiten de gemeenten over de streep te trekken. Misschien lieten ze hen er nog een nachtje overs slapen, maar uiteindelijk wilden ze wel hom of kuit: kun en wil je het geloven of niet? Doe je mee of niet? Op het uur van de waarheid kon de oogst nogal eens tegenvallen. Er waren mensen die slechts onbegrip toonden bij het horen van het verhaal van Jezus, de levende. Er waren er ook die snel enthousiast waren, maar wier enthousiasme niet meer dan een snel dovend strovuurtje bleek te zijn. Dreigde er een vervolging omwille van het geloof, dan waren ze gauw weer vertrokken. Dan waren er de mensen die de verkondiging aanhoorden en misschien heel mooi vonden, maar de eraan gekoppelde praktijk van naastenliefde en armenzorg toch op te gespannen voet vonden staan met hun eigenbelang en carrière. En tenslotte was er nog een groep, misschien klein in omvang, bij wie het geloof niet alleen ontkiemde en wortel schoot, maar bij het ook vrucht droeg, honderd-, zestig-, dertigvoudig – (heel veel dus, een vruchtopbrengst die het zeven- tot tienvoudige van het zaaigoed opbracht, gold in Jezus’ tijd reeds als heel mooi). Bij die mensen was het geloof niet alleen stevig verankerd, ze handelden er ook naar.

Deze vroegchristelijke uitleg van de parabel in de verzen 13,18-23 is heel actueel. Als wij werk maken van geloofsverkondiging vandaag de dag in onze samenleving, in onze stad en geloofsgemeenschap, hoe vaak komen we niet mensen tegen die er überhaupt niet in geïnteresseerd zijn, of die slechts eventjes enthousiast zijn of voor wie de loopbaanplanning uiteindelijk veel belangrijker is? Deze ervaringen kunnen een zekere mismoedigheid met zich meebrengen. Waar dient de verkondiging voor? Is het geen paarlen voor de zwijnen? Is de kerk niet een krimporganisatie? Tegenover zulke gevoelens van machteloosheid en teleurstelling stelt het evangelie echter dat er ook mensen zijn die op goede grond staan en in wie het woord, als het eenmaal is gezaaid is, overvloedig vrucht draagt. Wie die mensen zijn, is van te voren niet te zeggen. Zelfs is vooraf niet precies te zeggen waar er nu goede grond is en waar niet. Dat blijkt pas als het zaad opkomt. Ik vind dit een hoopvolle en geruststellende gedachte. Ze maant tot een zekere bescheidenheid. En ze bevrijdt ons ook een beetje van de kramp dat alles van onze dadendrang en overredingskracht afhangt. We kunnen wel zaaien, maar de kiemkracht van het zaaigoed, het wortel schieten en vrucht dragen, dat is iets dat zich afspeelt in het verborgene uit de kracht en de genade van Gods woord dat, zoals Jesaja zegt, de aarde bevrucht en dat niet vruchteloos naar hem terugkeert, zonder eerst te doen wat hij wil en te volbrengen wat hij gebiedt (Jes. 55,10-11). We mogen, ja moeten de kiemkracht van het woord in de goede grond aan God overlaten. We mogen en moeten vertrouwen. Er zal zaad opschieten en het zal veel vrucht dragen, ook al is het misschien op andere plekken en bij heel andere mensen dan we denken. Want de goede grond bevindt zich soms daar waar we het niet verwachten.

Het tweede deel van onze perikoop, de uitleg van de parabel, richt zijn aandacht op de mensen aan het wie het woord van God verkondigd wordt in de gemeenten. Dat zijn mensen in de derde persoon. Het lijken daardoor ‘anderen’ te zijn. Maar worden wijzelf nog aangesproken in dit evangelie? Zijn wijzelf nog in het spel?

Luisteren we nog eens naar het eerste deel van de perikoop, waar Jezus de parabel nog zonder nadere uitleg vertelt: “‘Iemand ging eens naar zijn land om te zaaien. Tijdens het zaaien viel een deel van het zaad op de weg, en er kwamen vogels die het opaten. Een ander deel viel op rotsachtige grond, waar maar weinig aarde was, en het schoot meteen op omdat het niet diep in de grond kon doordringen. Toen de zon opkwam verschroeide het, en omdat het geen wortel had droogde het uit. Weer een ander deel viel tussen de distels, en toen die opschoten verstikten ze het zaaigoed. Maar er viel ook wat zaad in goede grond, en dat bracht vrucht voort, deels honderdvoudig, deels zestigvoudig, deels dertigvoudig. Laat wie oren heeft goed luisteren!’ (Mt 13,3-9). Laat wie oren heeft goed luisteren! In deze aansporing aan het eind van de parabel klinkt de oproep door uit de Apocalyps: “Wie oren heeft, moet horen wat de geest zegt” (Openb. 2,7). En deze oproep gaat weer terug op het aloude ‘Hoor Israël’ uit Deuteronomium 6: het volk van Israël wordt op doortocht naar het beloofde land opgeroepen naar de woorden van de Eeuwige te luisteren en zich eraan te houden.

Laat wie oren heeft goed luisteren! Jezus roept zijn leerlingen en al die anderen die waren toegestroomd op om goed naar Gods woord te luisteren, zodat het kan ontkiemen. Ook wijzelf worden in dit evangelie daartoe opgeroepen. Ook wij moeten goed luisteren. En ook wijzelf moeten ons afvragen wat voor mensen wij zijn. Mensen van wie het woord afglijdt of bij wie het niet ontkiemen kan, of slechts in ondiepe aarde valt, of bij wie het verstikt,? Of zijn we mensen van de goede grond? De parabel gaat niet over anderen, maar richt zich rechtstreeks tot ons. Ze biedt niet zozeer een beschrijving van het wel en wee van de verkondiging onder ‘de’ mensen, maar doet een oproep aan ons om zelf een goede voedingsbodem te zijn. Natuurlijk, we weten van te voren niet of het zaad goed bij ons terechtkomt en of het zal ontkiemen. Dat is het werk van de zaaier en het zaad. Maar we kunnen wel iets doen aan onze ontvankelijkheid ervoor, ons proberen open te stellen en goede grond te zijn. Deze openheid is het thema van de grote mystici. Meester Eckhart (1260-1328) zegt in een preek, in de lijn van Jesaja 55, dat het zaad dat God zaait “door hemzelf is voortgebracht en onvergankelijk is, zelfs wanneer het is overwoekerd en verborgen. Het zaad van God glimt en glanst wil naar hem terugkeren”. Sterker nog, wanneer het zaad van Gods woord wordt uitgezaaid, dan creëert het zijn eigen grond, zijn eigen voedingsbodem. Op die wijze zal Gods woord in ons ontkiemen en vrucht dragen. “Hier is Gods grond mijn grond en mijn grond Gods grond,” zegt Eckhart. Doen onze inspanningen om ons open te stellen er dan nog toe? Toch wel, ook al blijft het initiatief bij God. Wij moeten volgens Eckhart de weg gaan van de ‘gelatenheid’. Dit betekent bij hem niet lijdzame berusting. Eckhart bedoelt ermee een loslaten van alles wat ons doof houdt voor Gods woorden en een zich verlaten op en een zich toevertrouwen aan wat Hij ons te zeggen heeft. Opdat wij goede grond zijn waarop de zaaier zijn zaad zaait. Opdat zijn woord in ons ontkiemt en wij kinderen van God worden. Opdat wij met onze oren goed luisteren naar wat de Geest te zeggen heeft. Opdat wij veel vrucht dragen en uitbloeien tot goede en gelukkige mensen, met elkaar en met God.

Moge het zo zijn.

Leo Oosterveen OP 

 

OCP-kalender

April 2012 Mei 2012 Juni 2012
Zo Ma Di Wo Do Vr Za
1 2 3 4 5
6 7 8 9 10 11 12
13 14 15 16 17 18 19
20 21 22 23 24 25 26
27 28 29 30 31

Besloten gedeelte