OCP - Nijmegen

  • Smaller scherm
  • Breder scherm
  • Automatische breedte
  • Kleiner lettertype
  • Standaard lettertype
  • Groter lettertype
Home Rond Vieringen Preek van de week Beloofde land en vluchtbomen
Beloofde land en vluchtbomen PDF Afdrukken E-mailadres
Geschreven door Paul Oosterhoff   

Overdenking 31-10-10 Stevenskerk

Genesis 12: 1-8 en Lucas 19: 1-10

 

Twee klassieke lezingen hebben we vandaag op het menu.

Abraham die op reis gaat, z’n roeping achterna, en Zacheus, die in de boom klimt. Als je daarover vragen stelt in de nationale bijbelquiz, dan kan je ook in seculier Nederland nog wel op wat goede antwoorden rekenen.

Door en door bekende bijbellezingen. Prachtige inspirerende verhalen, die al generaties lang mensen hebben geraakt, veranderd, in beweging gezet.

Zou het ons ook weer kunnen raken of is het zo bekend dat we het wel weten?

 

We zien Abraham rondtrekken in het beloofde land. Tenminste dat moet het worden: beloofd land. Als hij daar rondtrekt in dat land van de Kanaänieten, krijgt hij de goddelijke ingeving dat dit het land is dat bewoond zal worden door zijn nakomelingen, dat hier zijn toekomst en dat van zijn nageslacht zal liggen.

Beloofd land, maar er is nog niet veel van te zien, het land is niet van hem en zelfs dat nageslacht is nog niet in beeld.

Je moet het maar geloven, er is nog niets te zien.

 

Abraham is vertrokken uit zijn eigen land. Een goddelijke roeping drijft hem voort. Jouw plaats is elders. Je moet breken met je traditie, met je familie. Ik wijs je een nieuwe weg, een nieuw land, een nieuwe plek om je leven op te bouwen.

Zijn hele hebben en houwen neemt hij mee, bepaald niet berooid trekt hij door het nieuwe land. Hij heeft zijn naaste familie bij zich, zijn vee en zijn personeel.

 

Ik moet toch even denken aan de vluchtelingen in ons land. Ook zij trekken het land door, zeker als ze uiteindelijk in dit beloofde land mogen blijven. Ze trekken van een opvanglocatie in Ter Apel naar een AZC in, zeg, Grave, misschien nog wel eens een tijdje in vreemdelingendetentie in Rotterdam of Tilburg, omdat onze overheid nog een ultieme poging doet om ze toch kwijt te raken, en dan uiteindelijk als ze geluk hebben met een vergunning tot verblijf in een woning in, zeg, Surhuisterveen.

 

Maar zij trekken alléen door het land zonder familie, zonder bezit, zeker zonder personeel.

De weinige vrienden die ze op de ene opvangplek maken, raken ze dan door twee of drie verhuizingen in die verschillende opvanglocaties nog eens kwijt.

Het is aan de ene kant voor hen het beloofde land, maar aan de andere kant een vreemd land, niet eigen, ook een vijandig land. Vaak genoeg voelen ze zich niet welkom.

Maar soms kom je ineens mensen of plekken tegen waar je je wel welkom voelt, waar je wel een thuisgevoel hebt en dan bouw je een altaar. Omdat je op die plek het gevoel hebt gehad dat er voor jou weer toekomst is.

Abram doet dat op verschillende plekken in het beloofde land: altaren bouwen om vast te kunnen houden, soms tegen van alles in, dat er voor jou en je nageslacht op die plek toekomst zal zijn, dat het ook jouw land is, jouw beloofde land.

 

Ik permitteer me even een zijweg. Om je thuis te gaan voelen in een land, helpt het niet als men je vraagt het laatste stukje tastbare van je geboorteland, je paspoort van je thuisland, te verknippen, weg te gooien.

Je afkomst en een deel van je identiteit te verloochenen.

Daar ga je je niet meer thuis door voelen in je nieuwe land, dat maakt dat land alleen maar meer en meer vijandig. Wat wel helpt is die medelanders de ruimte geven om altaren te bouwen in dit voor hen nieuwe land. Plekjes waar ze de gedachte kunnen vasthouden dat hier hun toekomst ligt, voor hen en voor hun nageslacht.

Misschien kunnen we die plekjes wel mét hen vormgeven, want ook wij hebben dat nodig, herkenningspunten, herinneringsmonumenten, dat dit hier het beloofde land is voor ons allemaal.

 

Voor wie afgelopen dinsdag op de bezinningsvergadering was over de toekomst van het OCP: Misschien is dat samen gedenkplekjes vormgeven in onze maatschappij wel een invulling van die eerste stelling over de contacten met andere religies. Samen vormen zoeken waardoor duidelijk wordt dat er voor ieder van ons in dit land toekomst is.

 

Onze tweede lezing is van een andere, meer individuele aard. Er was in Jericho een rijk man, Zacheus, die zijn rijkdom had vergaard door zijn werk als oppertollenaar (belastinginner namens de Romeinen). Hij stond niet goed bekend bij het volk. Geen sympathiek beroep, ze zullen straks praten over een ‘zondig mens’.

Toch wil ik het een beetje opnemen voor deze bankier. Dat we ‘m nu ook weer niet te zwart maken. Net als onze bankiers vandaag de dag heeft hij het niet gestolen die rijkdom, hij heeft het grotendeels gewoon verdiend.

Hij zegt straks dat hij de helft van zijn vermogen zal weggeven en als hij toch iets van iemand heeft afgeperst het viervoudig zal vergoeden.

Ik weet niet of u goed bent in hoofdrekenen, maar als hij 50% weggeeft en dan nog in staat is om wat hij heeft afgeperst viervoudig te vergoeden, dan heeft hij dus hooguit 12,5% van zijn rijkdom verkregen door afpersing. Nog niet mooi natuurlijk, maar het geeft toch alweer een ander beeld van de man, maar een klein beetje schurk dus en voor het verdere deel een harde werker in een lucratieve branche. Het lijkt al weer veel meer dus op de rijken van onze tijd.

 

Maar goed, deze Zacheus heeft gehoord dat Jezus in Jericho komt en hij wil hem zien, hij wil weten wat voor man die Jezus is. Vrijblijvend wil hij eens zien wat voor iemand Jezus is.

Niet verstandig Zacheus, echt Jezus leren kennen is nooit vrijblijvend. Voor je het weet staat je leven op z’n kop, voor je het weet tuimel je zo uit de boom waarin je je dacht zo veilig verstopt te hebben.

Want dat is wat Zacheus doet. Hij is klein, maar slim en om boven de menigte uit te kunnen komen, klimt hij langs de route in een vijgenboom. Grote bladeren, mooie verstopplek, niemand die hem daar ziet zitten. Dat is hij wel gewend, dat niemand hem ziet zitten en dat vindt hij wel veilig eigenlijk.

Maar als Jezus voorbij komt, ziet hij hem wel zitten. Dat is het bijzondere van Jezus, hij ziet iedereen zitten. Hij heeft met iedereen een plan. Zacheus, vandaag moet ik bij jou in huis zijn. Vanaf vandaag ben ik bij jou thuis. Ik bouw in jouw huis vandaag een altaar van mijn aanwezigheid en dat zal je er altijd aan herinneren dat er voor jou en voor je nageslacht toekomst is in dit land. Dat ook jij een zoon van Abram bent.

 

Maar zo ver is het nog niet. Zacheus die in de boom verstopt zit moet er eerst nog uit komen. Hij wordt aangesproken door Jezus, maar het spannende is of hij antwoord of hij gehoor geeft. Of hij die verstopplek durft te verlaten of hij zich bloot durft te geven.

En dan wij: we hebben natuurlijk allemaal wel een boom met grote bladeren waarin we ons graag verstoppen. Ik kom in mijn werk nogal eens de verstopboom van de verslaving tegen of die van de slachtofferrol. “Ik kan er niks aan doen dat mijn leven zo en zo verlopen is. Dat kwam door mijn jeugd of dat komt door die verslaving”. Ik probeer het wel om die mensen uit die boom te roepen, en te zeggen dat ze in het hier en nu nodig zijn, dat ze zelf hun toekomst moeten bouwen, maar jammer genoeg is dat vaak niet voldoende. Als het soms wel even lukt om ze uit die boom te krijgen, ontmoeten ze niet een uitnodigende wereld om hen heen en is de verleiding om maar weer je in die boom terug te trekken groter dan de uitnodiging om deel te hebben aan het gewone leven.

 

Maar er zijn nog veel meer bomen met grote bladeren. Er is er die van de drukte van het leven: het vele werk, de vele afspraken, geen tijd, geen aandacht. Vluchtigheid om toch maar niet stil te hoeven staan.

 

Of die van het vijanddenken. Als je denkt dat iets of iemand of een bepaalde groep van mensen de schuld is van alle problemen in je leven of in de samenleving, dan is dat heerlijk verstoppen natuurlijk. Dan hoef je eigenlijk over de problemen niet meer na te denken. Het simpele antwoord ligt steeds klaar en dan hoef je al helemaal niet na te denken over jouw rol bij die problemen in de samenleving. Een prachtige verstopboom.

 

Er zijn nogal wat verstopbomen en het is aan ons om ons af te vragen welke wij nogal eens beklimmen. Jezus zegt ons: kom er uit, ik heb jou nodig vandaag, en niet alleen vandaag, ik wil dat je uit je verstopboom komt en gewoon gaat deelnemen aan de samenleving. Open en bloot wil staan voor je eigen daden. En dan gebeurt er van alles: Iemand geeft de helft van zijn vermogen weg (dat is trouwens ook ín vandaag de dag, heeft u dat gemerkt, dat miljardairs de helft weggeven van hun bezittingen. Ik denk dan, ze zeggen er niet bij zoals Zacheus: en als ik iemand iets heb afgeperst, vergoed ik het viervoudig. Dat dan weer niet. En het zal wel zijn, door zulke onaardige gedachten van mij dat ik nog nooit zo iemand ben tegengekomen die de helft van zijn vermogen wil steken in het diaconale werk.) Iemand geeft de helft van zijn vrije tijd weg (die mensen kom ik wel tegen en dat is prachtig). Iemand zet werkelijk een punt achter zijn verleden en gaat een nieuwe weg. Prachtig als je dat ziet gebeuren.

 

Maar dat zal pas gebeuren, denk ik, als we die oproep van Jezus blijven horen, ook voor onszelf:

Vanaf vandaag moet ik in je leven zijn, samen met jou een altaar bouwen zodat je voor altijd weet: ook voor jou is er plaats in deze samenleving, ook voor jou is er toekomst.

Ook jij bent een kind van Abraham.

 

We hebben het over de toekomst van het OCP. En ik zie ook wel wat mogelijke verstopbomen voor ons. De prachtige bomen voor het mooie gebouw hier, de zorgvuldigheid in liturgie en vormgeving, onze behoefte aan gemeenschapsvorming. Allemaal mooi en nodig, maar het gevaar is aanwezig dat we ons als OCP erin gaan verstoppen. Dat we de wereld en de oproep van Jezus om daar aanwezig te zijn aan ons voorbij laten gaan.

 

Heden moet ik met jullie maaltijd houden, zegt Jezus, iedere zondag weer hier in ons midden. Ik heb jullie nodig om onder jullie te verblijven en als we echt gehoor geven, als we de verstopplekjes verlaten dan gaat er van alles gebeuren. Dan worden we meer en meer kinderen van Abraham, dan komen we in beweging, dan bouwen we ook hier in het OCP een altaar van de toekomst, dan wordt er ook door onze manier van omgaan met elkaar en met anderen in onze samenleving iets ‘waar’ van wat je beloofd land zou kunnen noemen.

 

Onze dienst in de wereld kan van hieruit beginnen. Vanuit de Schrift worden we door Jezus geroepen om uit onze persoonlijke en gemeenschappelijke verstopplekjes te komen. Door de maaltijd die hij met ons houd, komt ons bestaan als persoon en als gemeenschap in beweging.

Heilzaam in beweging.

Onze dienst in de wereld begint in Schrift en Tafel, maar daar vanuit moet het dan ook zichtbaar worden in de samenleving. Steeds weer.

Onze dienst in de wereld is nu begonnen.

 

OCP-kalender

April 2012 Mei 2012 Juni 2012
Zo Ma Di Wo Do Vr Za
1 2 3 4 5
6 7 8 9 10 11 12
13 14 15 16 17 18 19
20 21 22 23 24 25 26
27 28 29 30 31

Besloten gedeelte