OCP - Nijmegen

  • Smaller scherm
  • Breder scherm
  • Automatische breedte
  • Kleiner lettertype
  • Standaard lettertype
  • Groter lettertype
Vraag wat je wilt PDF Afdrukken E-mailadres
Geschreven door Leo Oosterveen   

Preek OCP, 25 juli 2010 (Lezingen: 1 Gen. 18, 20-33, Lucas 11, 1-13)

 “Vraag onbeschaamd wat je wilt”. Dat lijkt, kort samengevat, Jezus’ catechese van het gebed te zijn dat hij ons heeft gegeven. Hij geeft in dit evangelie niet alleen de woorden van het onze vader, maar er ook een nadere uitleg op. Dit alles als antwoord op de vraag van de leerlingen of hij hen wilde leren bidden.

            In het Lucasevangelie geeft Jezus ons een korte – volgens vele exegeten de meest oorspronkelijke – versie van het onze vader. En alsof hij denkt dat de leerlingen deze woorden niet zullen begrijpen, laat hij zijn toelichting onmiddellijk erop volgen. Het onze vader is een vraaggebed en Jezus gaat nader in op dat vragen. Hij doet op de gebruikelijke manier in het oosten, door parabels en gelijkenissen te vertellen. Hij legt als volgt uit. Zoals iemand midden in de nacht zijn vriend die onverwachts bezoek krijgt, maar niks in huis heeft, zal voorzien van eten en drinken, zodat zijn bezoek zich kan laven, zo zal ook jullie Vader jullie alles geven wat jullie vragen. Een vader zal toch alles aan zijn kinderen geven en hen niet teleurstellen, hun nooit knollen voor citroenen verkopen, nooit een steen voor brood geven of een slang voor een vis, of een schorpioen voor een ei? Neen, jullie Vader zal jullie alles zoveel mogelijk geven waar jullie om vragen. En die ene vriend zal die andere met zijn nachtelijke bezoek helpen – en al is het niet vanwege de vriendschap, dan toch in elk geval om van het gezeur af te zijn . Maar geven zal hij het, verzekert Jezus. Vraag dus, op het onbeschaamde af, zegt Jezus, met misschien wel in zijn achterhoofd de vrijmoedigheid waarmee Abraham bij God om vergeving soebat voor de stad Sodom.

Toen ik dit evangelie gisteren een eerste keer las, was ik er niet helemaal zeker van of Jezus zou slagen voor een gebedspracticum. Geloofsopvoeders, catecheten en godsdienstpsychologen wijzen erop dat een goede,

volwassen religieuze vorming de nadruk legt op de belangeloze toenadering tot God, voorbij alle egoïsme en egocentrisme. Bidden is iets geheel anders dan het verlangen om de eigen behoeften  bevredigd te zien. En luidde niet het adagium van een intussen misschien alweer ouderwetse opvoedingsmoraal: Wie vraagt wordt overgeslagen?!

            We kunnen nog verdere en misschien serieuzere bedenkingen opperen. Het evangelie getuigt toch zelf dat Jezus’ vragen zelf niet werden beantwoord? Op de olijfberg bidt Jezus zijn Vader dat deze beker aan hem voorbij mag gaan (Lc 22,42), maar dat gebeurt niet. Tijdens de Holocaust leek het wel alsof de hemel gesloten bleef en doof voor de klacht en de roep om bevrijding. “Vraag en er zal gegeven worden, zoekt en ge zult vinden, klop op de deur en er zal open gedaan worden” (Lc 11,10). Het klinkt allemaal nogal narcistisch, het lijkt wel een religieuze fopspeen. Zijn we – in religieus opzicht – niet vele illusies armer geworden? Kunnen we nog wel geloven in het vragen aan God?

Luisteren we nog eens naar deze tekst en naar dit gebed. Het is niet gemakkelijk. Zeker in de versie van Lucas zijn het maar een paar zinnen en je leest er zo overheen. En dat doe je des te sneller wanneer het zulke bekende regels zijn als deze.

Het gebed begint met de wens en de hoop dat Gods naam geheiligd wordt en dat zijn rijk moge komen. Het is allerminst zeker dat dat rijk zal komen, het hangt van God af, maar ook van ons, zoals zal blijken. Afdwingen kunnen we het rijk niet en zekerheid hebben we niet dat het komt. In afwachting van het rijk en ernaar uitziend moeten we intussen gewoon leven. Daarom wordt er gebeden om brood. En we moeten ook goed leven en samenleven. Daarom wordt gevraagd dat we niet worden beproefd, niet de verkeerde kant op gaan. Al deze regels van het gebed omlijsten de bede om vergeving: vergeef ons onze schulden zoals wij dat ook aan anderen doen. Ik denk dat deze bede de kern is van dit gebed en veel zegt over de komst van Gods rijk. Het om vergeving vragen en vergeving schenken opent de poort naar het nieuwe, andere leven waartoe Jezus oproept en waarvan hij in Gods naam vraagt dat het komen mag.

            Wat impliceert vergeven en vergeven worden in dit gebed? Onder meer dit: dat er een halt wordt toegeroepen aan onze afrekencultuur en roep om vergelding. Natuurlijk, niemand kan slachtoffers dwingen om vergeving te schenken aan daders. Slachtoffers kunnen dit alleen uit vrije wil. De afweging tussen recht en vergeving is vaak pijnlijk en moeilijk. Maar er zijn voorbeelden dat het lukt, zoals in Zuid-Afrika, toen de waarheidscommissie na de apartheid de waarheid naar boven wilde halen en tegelijk de verschillende delen van de bevolking met elkaar probeerde te verzoenen, ook daders en slachtoffers. Vergeving kan een nieuwe, gezamenlijke weg openen.

            En er is meer. Hoeveel mensen zijn er niet – door eigen schuld en onvoorzichtigheid zegt men – van de weg geraakt en nemen niet echt meer deel aan het maatschappelijk leven? Hoeveel mensen zijn niet oninteressant geworden voor de samenleving en de arbeidsmarkt, hebben geen ‘credits’ meer en worden met de nek aangekeken, omdat ze bij anderen, bij de samenleving in het krijt staan, letterlijk of figuurlijk? Heb je bij anderen je krediet verspeeld, dan doe je niet meer mee. De schuldenaren zijn de mensen die afgeschreven zijn. Dit is een sociaal probleem, waarover vanuit het onze vader hartige woorden gezegd moeten worden.

Maar dit evangelie heeft een nog wijdere strekking. Het afschrijven van iemand die iets schuldig is, blokkeert uiteindelijk iedere vruchtbare vorm van leven en samenleven. Vergeven is het opheffen van die blokkade, het is de verlossende streep onder de schuld, de fouten, misstappen. Je achterstand wordt kwijtgescholden. Degene die vergeeft kan samen met degene die vergeven wordt weer op gelijke voet verder en een nieuwe start maken. Als je vergeeft, geef je de ander kans op een nieuw leven. Als jezelf vergeving krijgt, kom je weer op adem en begin je zelf weer te leven. Vergeving is een onverdiende gave, misschien wel de meest onverdiende gave die bestaat. Maar juist daarom is ze een gave bij uitstek. Want het is door deze gave dat we verlost worden van waarin we tekort schoten en waardoor we aan het verleden werden geketend. Door vergeving geven we elkaar onverdiende en onvermoede nieuwe levenskansen. Kansen op wat voor leven? In elk geval niet een leven dat zich beroemt op eigen prestaties en succes, een leven dat meer acht slaat op hebben dan op delen. Ook niet een leven dat nog langer bepaald wordt door uitzichtloosheid van de eigen schuld, mislukking en falen. Maar wat voor leven dan wel? Ik zei al: vergeving is een gave bij uitstek in ons leven. Heb je eenmaal deze gave geschonken, dan kun je niet meer ophouden met geven. Je bent bevrijd van de blokkade om niet te kunnen geven. Ben jij daarentegen in de positie dat je aangewezen bent om deze gave ontvangen, dan kun je niet meer ophouden om erom te vragen. Je bent bevrijd van de blokkade dat je niet kunt ontvangen. Zo worden we mensen die nu weer vragen om vergeving en haar dan weer schenken, samen met mensen die dat hopelijk ook doen. Het nieuwe leven dat het evangelie ons voorhoudt is een leven van voortdurend vragen om èn geven van nieuwe levenskansen aan elkaar. Dit klinkt als een bovenmenselijke opgave. Maar aan de bede dat we elkaar vergeven, gaat het in het onze vader de bede vooraf dat God ons moge vergeven. Voordat wij elkaar vergeving vragen en schenken, heeft God ons vergeven. Dat wij elkaar vergeven is een gave van God. En om zo’n gave mag je onbeschaamd blijven vragen, zegt Jezus. De gave van Gods vergeving is onuitputtelijk en geeft ons altijd nieuwe levensmoed en kracht om met anderen op trekken, hoeveel ze ook bij je in krijt staan. Het gaat hier om een gave van de Geest, zegt Jezus aan het slot. En hoe zou je om die gave niet voortdurend vragen? En dat is precies wat we doen, telkens als we het onze vader bidden: vragen om een leven van vergeving, een manier van leven die vooruitloopt op het rijk van God en zijn vreemde gerechtigheid.

Moge het zo zijn.

Leo Oosterveen OP

 

OCP-kalender

April 2012 Mei 2012 Juni 2012
Zo Ma Di Wo Do Vr Za
1 2 3 4 5
6 7 8 9 10 11 12
13 14 15 16 17 18 19
20 21 22 23 24 25 26
27 28 29 30 31

Besloten gedeelte