OCP - Nijmegen

  • Smaller scherm
  • Breder scherm
  • Automatische breedte
  • Kleiner lettertype
  • Standaard lettertype
  • Groter lettertype
Home Rond Vieringen Preek van de week De vlieger en de vanger
De vlieger en de vanger PDF Afdrukken E-mailadres
Geschreven door Barbel de Groot-Kopetzky   

It_is_finished_Carol_CairnsPaasevangelie: Lucas 23,46-24-12

Halleluja!“
Waarom zoekt u de levende onder de doden? Hij is niet hier, hij is uit de dood opgewekt.”Dat is de Paasboodschap van de twee engelen vannacht! Dat is: Jezus Christus is verrezen, halleluja.
De vrouwen horen deze woorden: Maria uit Magdala, Johanna, Maria de moeder van Jakobus en nog enkele andere vrouwen die hen vergezelden: zo vertelt ons Lucas. Deze vrouwen staan voor de vrouwen die Jezus toen gevolgd zijn en die hem nog steeds volgen. Zij juichen niet, zij zijn door schrik bevangen wanneer zij het graf naderen en zien dat de steen ervoor is weggerold. Zij gaan het graf binnen, maar vinden de Heer niet. Zij slaan hun handen voor hun ogen. Willen, kunnen ze niet zien? Het dode lichaam van de Heer is er niet meer. Dringt wat de engelen tot hen zeggen niet tot hen door? Zijn ze nog bevangen in droefheid, in treurnis over zijn dood? Zij herinneren zich wel de woorden van de Heer over zijn lijden en over zijn opstanding. Maar een plaats, een plek kunnen ze aan die woorden, aan het gebeuren nog niet geven. En zo keren ze met hun kostbare olie en geurende balsem terug naar de leerlingen. Daar vertellen ze wat hen overkwam. Zij duiden Pasen aan, misschien aarzelend, zich afvragend en wellicht dringt langzaam hoop bij hen door. De uitbundige Paasvreugde ontbreekt echter nog. Hoe reageren de leerlingen? “Kletspraat” zo betitelen de leerlingen hun verhaal. Ongeloofwaardig! Typisch iets voor vrouwen!  Muizenissen, dweepzieke vrouwen die verlangen naar het mysterie. Verzinselen van vrouwen. Ja, generaties van exegeten hebben zich uitgesloofd om de ervaring van deze vrouwen neer te halen met historische en materialistische kritiek. Zij zagen “spoken”zo werd geschreven. Ze hebben niet rekening gehouden met de evangelist Lucas zelf. Hij voorzag de vragen, de twijfels en aarzelingen van de toehoorders van het verhaal van de verrijzenis.Verrijzenis: hoe is dat te begrijpen, hoe te verstaan? Waarom zoekt u de levende onder de doden? Daarom geeft hij zo veel ruimte aan het gesprek tussen de vrouwen en de leerlingen. Er mag ruimte zijn voor ongeloof voor het Paasgebeuren. Het valt buiten onze denkcategorieën. 

Mij heeft een klein verhaal van Harry Nouwen geholpen om toegang te krijgen, om te geloven. Hij vertelt in een van zijn boeken een opstandings-, een geloofservaring. Hij was een fervente liefhebber van het circus. Met name de vliegende mensen, de kunstenaars van het trapeze hadden het hem aangedaan. Eens mocht hij met hen in Zuid-Afrika rondtrekken en hij sprak lang met de vanger en de vlieger.Hij vroeg hen: ‘Hoe doen jullie dat dat jullie elkaar steeds vinden?’ De vlieger zei: ‘Ik mag alleen vliegen, meer niet. Ik mag niet sturen, ik moet me laten vallen, in het vertrouwen dat de vanger mij opvangt. Dat is zwaar, valt heel zwaar.’De vanger doet het werk: hij beweegt naar de vlieger toe, geconcentreerd, er is haast een moment van stilte, niet bewegen en hij vangt de ander op. Zonder vertrouwen missen zij elkaar en stort de ander naar beneden.Dat is Paasgeloof: een moment van stil, niet bewegen, vertrouwen. Zo stierf Jezus aan het kruis in het vertrouwen dat God hem opvangt. Hij leeft, hij is levend, je vindt hem niet onder de doden. Petrus  is de enige leerling die dit beetje vertrouwen heeft, die een sprankeltje hoop koestert in het verhaal van de vrouwen. Ja, Lucas schrijft, hij rende naar het graf! Zou het toch waar zijn, wat zij vertellen? Hij gaat het graf binnen, hij ziet de linnen doeken, verwondert zich en gaat terug. Paasgeloof ontstaat niet plotseling, in een klap. Je moet op weg gaan, je moet zoeken en vertellen en vertrouwen. De eerste christenen werden mensen van de weg genoemd. Zij gingen op weg naar de uitersten der aarde om de Levende te ontmoeten. Zij hebben bevrijding, losmaking, opstanding ervaren. Mogen ook wij op weg gaan en ontdekken dat de Heer leeft: hier en nu. Mogen wij vertrouwensvol leven vanuit het groeiend geloof  dat de Heer leeft, en dat ook wij opgevangen worden door God en leven. Halleluja! De Heer is waarlijk opgestaan!  

Pastor Bärbel de Groot-Kopetzky

 

OCP-kalender

April 2012 Mei 2012 Juni 2012
Zo Ma Di Wo Do Vr Za
1 2 3 4 5
6 7 8 9 10 11 12
13 14 15 16 17 18 19
20 21 22 23 24 25 26
27 28 29 30 31

Besloten gedeelte