| Genezing toen en nu |
|
|
|
| Geschreven door Jan van Hooydonk |
|
(preek 28), OCP, 13 september 2009, 'Genezing toen en nu' (Jesaja 45, 18-25 [NBV], Markus 9, 14-29 [Van der Zeyde])
Zusters en broeders,
Weinig plekken voelen voor mij zo veilig als een zondagmorgen in deze Stevenskerk. Want de medische sector is in de vieringen van het Oecumenisch Citypastoraat doorgaans goed vertegenwoordigd. De pastorale sector trouwens ook. Zou mij op ditzelfde moment iets overkomen - ik zou bijvoorbeeld getroffen worden door een epileptische toeval - ik weet zeker dat ik dan in deze gemeenschap in goede handen ben. Maar ik betwijfel sterk of een van de aanwezige medici - of van de aanwezige pastores - zou doen zoals Jezus in het evangelie van vandaag doet. Zou iemand van hen in dat geval overgaan tot uitdrijving van de kwade geest die kennelijk in mij gevaren is? Ik denk het niet. En daarmee heb ik nog maar het eerste probleem aangeduid dat opdoemt bij het verstaan en de uitleg van het evangelie van vandaag. Het tweede is zo mogelijk nog erger. "Alles kan", zo horen we Jezus vandaag zeggen, "alles kan, wanneer iemand gelooft." Die zin werd en wordt in bepaalde christelijke en spirituele kringen heel letterlijk opgevat. Als je maar écht gelooft, als je maar stevig bidt vooral, dan zou alle ellende die onszelf en onze medemensen overkomt, opgelost worden. U herinnert zich misschien nog dat schampere liedje van Robert Long: 'Jezus redt! Jezus redt! Alle mensen opgelet! Jezus redt! Enkel door 't gebed.' Nee dus! Hoezeer mensen ook bidden om beterschap, om genezing van zichzelf en anderen, die beterschap blijft vaak uit. Geloof en gebed zijn geen wondermiddelen tegen ziekte, lijden en dood. Of beter gezegd: ze zijn dat in ieder geval niet op deze letterlijke manier. Wie dat toch verkondigt, verkondigt een keiharde en liefdeloze boodschap, die mensen in het ergste geval zelfs ertoe kan brengen om hun geloof vaarwel te zeggen. Geef ze eens ongelijk. Wat kennelijk voor de mensen uit de tijd van het evangelie heel geloofwaardig was, is voor ons, mensen van de 21ste eeuw, al met al moeilijk te vatten. Waar we bij de overweging en uitleg van de bijbelse genezingsverhalen op stuiten, is het verschil in wereldbeeld en in beleving van de werkelijkheid tussen de mensen van toen en de mensen van nu - wijzelf dus. In Afrika, zo leerde ik uit het prachtige boek van Martien Brinkman - theoloog aan de Vrije Universiteit - over 'de niet-westerse Jezus', hebben ze minder moeite om de afstand tussen toen en nu te overbruggen. Een van de meest favoriete beelden van Jezus onder Afrikaanse christenen is namelijk dat van Jezus als genezer. Juist op een continent waar ziekten als aids en malaria miljoenen slachtoffers maken, gelooft men sterk in de helende en levensbrengende kracht die van Jezus uitgaat. De moeite die wij wellicht met de genezingsverhalen in het evangelie hebben, heeft men in Afrika niet of veel minder. Ziekte is in de Afrikaanse beleving namelijk nooit een kwestie van lichamelijke ongesteldheid alleen. Ziekte wijst ook op verstoorde relaties tussen mensen onderling en tussen mensen en de wereld van de geesten en de voorouders. Een verkondiging van alleen maar geestelijk heil vindt de Afrikaan daarom onvoldoende en een genezing die alleen maar medisch is, vindt hij oppervlakkig. Heil, bevrijding, genezing: Afrikanen zien dat als én-én, het gaat om het lichaam maar ook om de geest, het gaat om mijzelf maar ook om de sociale verbanden waarin ik leef, het gaat om mij hier en nu maar ook om mijn band met het verleden en met de toekomst. Ik vermoed dat onze Afrikaanse tijdgenoten in dit opzicht dichter bij de mensen uit het Evangelie staan dan wijzelf. De vraag ligt in het midden of wij we hier niet iets van onze Afrikaanse medebroeders en - zusters zouden kunnen leren. Hebben ook wij niet net als zij behoefte aan genezing, minder wellicht van lichamelijke ziektes maar des te meer van geestelijke troubles? Kampen ook wij niet volop met verstoorde verhoudingen, verstoorde relaties met medemensen, met verleden en toekomst, met God? Velen in het Westen - denk aan de huidige hype rond de Mexicaanse griep - zijn in de ban van een ideologie die gezondheid tot het hoogste goed heeft verklaard. Sommigen spreken en handelen alsof er een opeisbaar recht op gezondheid zou bestaan - en gezondheid dus eerder een sociale voorziening is dan een onverdiend geschenk, een kwestie van genade. Als men mensen vraagt wat de belangrijkste waarde in het leven is, antwoorden de meesten in onze samenleving 'gezondheid'. Gezondheid wordt vaak als nog belangrijker gezien dan de relaties die men met medemensen onderhoudt. Maar gezondheid is hoe dan ook vergankelijk, terwijl de liefde blijft - zelfs over de grenzen van de dood heen. Dat geloven we - toch? Als dat zo is, kunnen we vanuit het Evangelie rustig enkele forse vraagtekens zetten bij de verafgoding van gezondheid als hoogste en ultieme waarde. Zoals we als christenen ook kritisch kunnen staan tegenover bepaalde tendensen in de gezondheidszorg: tegen de al te hoog opgeschroefde verwachtingen die we als samenleving daaraan stellen, tegen de claimcultuur, tegen de soms fanatieke campagnes voor een gezonde levensstijl, tegen de soms eindeloos gerekte behandelingen, kortom tegen de weigering van patiënten en artsen - van onszelf dus - om datgene te erkennen wat nu precies ons menszijn uitmaakt: onze kwetsbaarheid en daarmee ook onze sterfelijkheid.
Het evangelieverhaal van vandaag is een verhaal over genezing. Tegelijkertijd is het een verhaal over geloof. Geloof, dit bijbelse grondwoord kan ook vertaald worden als 'vertrouwen'. Jezus' leerlingen misten kennelijk het geloof - het vertrouwen - om de epileptische jongen te genezen, zo hoorden we. "Ik heb geloof!", roept de vader van de jongen uit, om daar in zijn wanhoop en vertwijfeling meteen aan toe te voegen: "Laat me niet met mijn ongeloof staan." De enige in het verhaal die wél echt over geloof, over vertrouwen, beschikt, blijkt Jezus zelf te zijn. Als enige is hij in staat de kwade geest uit te drijven. Teken van het rijk van God dat in hem zich baan breekt. Bevestiging van de godsspraak die wij hoorden in de eerste lezing uit de profeet Jesaja: Niet in de chaos is God, de Enige van Israël, te vinden, maar in een bewoonbare aarde, in waarachtigheid en gerechtigheid. Hoe schamper Robert Long het ook bedoelde, toch horen we aan het slot van het evangelie precies datgene wat hij zong. "Jezus redt! Jezus redt! Alle mensen opgelet! Jezus redt! Enkel door het gebed!" Immers: "Waarom konden wij die kwade geest niet uitdrijven?" vragen de leerlingen aan Jezus. Zijn antwoord luidt: "Dat is er een die zich door niets laat verdrijven - alleen door gebed." Het lied van Robert Long klinkt ons voortaan als een geloofsbelijdenis in de oren. Van het gebed, de intieme verbondenheid van mensen met God, gaat en bevrijdende en genezende kracht uit. De veelgelezen auteur Harry (Henri) Nouwen gaf een van zijn boeken de titel 'De gewonde genezer' mee. Die gewonde genezer is geen ander dan Jezus zelf. Een mens die, wetend van Gods genade, zijn eigen kwetsbaarheid en sterfelijkheid ten volle doorleefd en aanvaard heeft. In zijn voetspoor worden ook wij uitgenodigd genezers te worden, gewonde genezers wel te verstaan. Wat is dat 'een gewonde genezer' en hoe word je dat? Daarvoor is inderdaad gebed nodig, zo suggereert ook Nouwen, die zich hierin een goed verstaander van het evangelie toont. In het boek 'Binnen geroepen' - het boek werd gepubliceerd op de dag van zijn begrafenis - formuleert Henri Nouwen een reeks spirituele opdrachten - zeg: opdrachten voor het gebed - waarvan er één de titel 'Doorleef je wonden draagt'. Ter afsluiting van deze overweging lees ik u een passage daaruit voor: "Je bent op velerlei wijze gewond geraakt. Je zoekt genezing, maar ontdekt daardoor des temeer hoe diep je gewond bent. Het is ontmoedigend, want onder iedere verwonding tref je weer andere en nieuwe verwondingen aan. Je zoektocht naar genezing zal nog veel verdriet en tranen kosten. Maar wees niet bang. Het simpele feit dat je nu meer van je verwondingen bewust bent laat zien, dat je kracht genoeg hebt om ze aan te kunnen. De kunst is, je verwondingen te doorleven in plaats van ze te doordenken. (…). Je hebt de keuze om je kwetsuren in je hoofd of in je hart te voelen. In je hoofd kun je ze analyseren, kun je oorzaken en gevolgen vinden, woorden bedenken waarmee je erover kunt spreken en schrijven. Maar daar zal geen echte genezing van komen. Je moet je verwondingen in je hart toelaten. Dan kun je ze doorleven, en zul je ervaren dat ze je niet kapotmaken. Je hart zal je verwondingen in zich bergen." (Einde citaat). Jezus' gebroken lichaam en zijn vergoten bloed zijn het middelpunt van bevrijding en nieuw leven, zo geloven we als christenen. Laten we dit geloof dan nu belijden door samen het ene brood te breken en te drinken uit de ene beker van het leven. Wij vieren eucharistie, de maaltijd van de gewonde genezer, bron van genezing voor onszelf en anderen. Amen. Jan van Hooydonk
|