OCP - Nijmegen

  • Smaller scherm
  • Breder scherm
  • Automatische breedte
  • Kleiner lettertype
  • Standaard lettertype
  • Groter lettertype
Home Rond Vieringen Preek van de week God is niets menselijks vreemd
God is niets menselijks vreemd PDF Afdrukken E-mailadres
Geschreven door Richart Huyzer   

UITLEG EN VERKONDIGING OCP 5 JULI 2009

Gemeente van onze Heer,

God is niets menselijks vreemd. Dat is toch een opmerkelijke uitspraak op het eerste gezicht. Want God, dat is toch de Ander, Ander met een hoofdletter? Dat zijn beelden die door vele hoofden dwarrelen als het woordje God valt. Wijsgeren hebben zich uitgeput in het beschrijven van het goddelijke. Zo was voor Plato het goddelijke  –hij noemde dat het Zijn- onveranderlijk en eeuwig. Het is de alles overstijgende wereld van de Ideeën. Een idee is het oerbeeld van een ding, de onzichtbare vorm die het ding maakt tot wat het is. Deze gedachte is diep doorgedrongen in de westerse theologie. En volgens de grote Immanuel Kant laat het Goddelijke zich kennen in abstracties, in de grote natuurwetten die de mens kan achterhalen met behulp van wetenschap. Ook een godsbeeld dat God nogal op afstand zet.

Nu ga ik U zeker niet verder vermoeien met een wetenschappelijk college wijsbegeerte, hoewel dat een prachtig vak is, maar in de korte aanduidingen van het Godsbegrip bij Plato en Kant komen we wel  iets op het spoor. Het denken over God als de totaal andere heeft –zeker in de Westerse theologie- geleidt tot een vervreemding van de God die in de geschriften van Israel naar voren komt. Want de God van Israel is weliswaar anders dan de mensen maar hij komt toch ook zo dichtbij. Hij spreekt met mensen of het volstrekt normaal is, hij verschijnt in dromen en bemoeit zich met het lot van individuele mensen en met zijn volk Israel waarmee Hij een complexe maar ook door en door menselijke relatie ontwikkeld. Het is alsof de God van Israel er alles aan doet om het Goddelijke weliswaar vast te houden (hij is heilig en anders) maar Hij manifesteert Zich toch ook vooral als een vriend van ons mensen, die met ons op weg wil gaan.

Het evangelieverhaal van vanmorgen gaat zelfs nog een stap verder. Jezus komt aan in Zijn vaderstad. De mensen kennen Hem als ‘die jongen van Jozef en Maria’. Ja, dat is wel heel dichtbij. Dichter bij kan God toch niet komen. Maar dan gebeurt iets onverwachts. Want het is als met een gebouw waar je vlak voor staat. Dat zie je niet meer. Jezus is vlakbij, tastbaar aanwezig maar men herkent niets goddelijks meer in Jezus. Integendeel: men ziet alleen de broer van bekenden uit het stadje en die moet maar geen kapsones hebben. Daar houden de bewoners van Nazareth niet van. En dan staat er dat Jezus in Zijn vaderstad geen wonderen kon doen. Dan is het wel heel dicht bij gekomen. Dat is toch wel een stap verder. God is hier niet alleen dichtbij gekomen maar laat Zich zelfs door mensen Zijn kracht uit handen nemen, laat Zich door mensen inperken in Zijn handelingsvrijheid. Is van ons geloof afhankelijk.

God is niets menselijks vreemd. Wie afscheid neemt van het beeld van een rationele God en zijn hart opent voor een God die met je te maken wil hebben komt op een ander niveau van het leven terecht. Maar het evangelieverhaal van vandaag laat ons zien dat veel mensen daarvoor helaas niet open staan. In Nazareth zijn er geen mensen van het tweede gezicht. In een oogopslag hadden ze gezien dat het Jezus was, die zij al meenden te kennen. Wie zo in het leven staat mist veel. Je ontneemt jezelf het vermogen om iemand van een andere kant te bekijken. Een dergelijke houding is de doodssteek voor een levende theologie, voor een levende kerk en voor en werkelijk levende gemeenschap van mensen. Het evangelie moet stromen, Gods levende woord moet telkens nieuwe beddingen volgen en nieuwe kansen krijgen. Werkelijk leven is veranderen, is loslaten en opnieuw beginnen, telkens weer en is vergeven op zijn tijd , zowel jezelf als de ander.

Wat zou het anders afgelopen zijn in Nazareth op die dag als er maar één inwoner was geweest die gezegd had ‘Maar wacht eens, dat is wel de Jezus, die wij van vroeger kennen, maar luister eens wat Hij te zeggen heeft, kijk eens naar Zijn ogen’. Die ene bewoner zou het verschil hebben gemaakt maar er was niemand die Hem wilde zien zoals Hij was. Midden onder U staat Hij, die Gij niet kent. Eén inwoner kan bij vele anderen iets los maken. Maar er was er niet éém ijn Zijn vaderstad.

De weg die God met Isael is gegaan is één groot voorbeeld voor Zijn verlangen om met de mensen een relatie aan te gaan. Die totaal Andere, de Eeuwige, die de wereld en het universum draagt, die de geheimen van het universum waarvan wij stap voor stap meer ontrafelen kent, die God heeft ook een heel andere kant, een door en door menselijke kant. In Zijn verlangen naar werkelijk contact met Zijn volk laat God Zich zien in Zijn gekwetstheid. Je hoort de pijn in de woorden die de Eeuwige spreekt tot Ezechiel. Prachtige diepe woorden, die iets laten zien van het hart van een liefdevolle maar teleurgestelde God. Weerspannig is Zijn volk, eigenwijs, op zichzelf gericht. Geen mensen van het tweede gezicht. Maar hier is er wel één, die er in Nazareth niet was. Hier is een mens, Ezechiel, die open staat voor de Eeuwige en die de anderen de boodschap aanzegt. Laat hij een voorbeeld voor ons zijn.

De boodschap van vandaag is zo eenvoudig en ook zo moeilijk tegelijk. Kom, wees niet verstokt van hart, wees niet weerspannig, verzet je nu eens niet tegen dat diepe verlangen in je hart naar werkelijk contact. Doorbreek het eerste gezicht en open het tweede. Als we dat toch eens zouden doen. Als zelfs één van ons dat werkelijk zou doen dan zou dat veel veranderen. In ons persoonlijk leven, in onze eigen gemeenschap en in de wereldwijde kerk. Wat zou dat veel in beweging zetten. De dorre takken komen opnieuw in volle bloei, de langverwachte zomer breekt aan. Dat is het verhaal van Israels geschriften. Die heel andere God, die heilig is is ook zo door een door menselijk, zo begaan met ons lot. Die kan pas echt zichtbaar worden als wij daarvoor open staan.

Laten wij dan begaan zijn met elkaar. Laten wij mensen willen worden van het tweede gezicht, die open staan om het evangelie door zich heen  te laten stromen en een teken van liefde te worden. Geef je weerspannigheid op en durf ook anderen daarop met liefde aan te spreken. Dan kan de Eeuwige zichtbaar worden en kunnen er wonderen gebeuren in Nazareth en bij ons. Het is al genoeg als er één is in ons midden die ons de ogen opent.

Midden onder ons staat hij, overal nabij is Hij, menselijk allerwegen. God is niets menselijks vreemd.

Wil daarom elkander doen, alle goeds geduldig, wees elkaar om Zijnentwil niets dan liefde schuldig.

Wie is die ene?

Amen

ds Richart Huijzer

 

OCP-kalender

April 2012 Mei 2012 Juni 2012
Zo Ma Di Wo Do Vr Za
1 2 3 4 5
6 7 8 9 10 11 12
13 14 15 16 17 18 19
20 21 22 23 24 25 26
27 28 29 30 31

Besloten gedeelte