|
Het Oecumenisch Citypastoraat probeert als eigentijdse geloofsgemeenschap een liturgie te vieren die mensen van vandaag aanspreekt, met gebruikmaking van waardevolle elementen uit de traditie van 20 eeuwen christendom.
De opbouw en invulling van onze liturgie is geïnspireerd door de zgn. Lima-liturgie. Dit is een opzet voor kerkdiensten die rond 1980 door vele kerken gezamenlijk tijdens een oecumenische conferentie in Lima werd gepresenteerd. Deze liturgie biedt herkenning aan christenen uit uiteenlopende kerken en geloofstradities, en geeft tegelijk ruimte voor vernieuwing. De zondagse liturgie van het OCP is altijd een Dienst van Schrift en Tafel. Zo mogelijk zijn er twee voorgangers, één uit de rooms-katholieke kerk, en één uit de protestantse kerken. De gemeente wordt ten opzichte van de voorganger(s) vertegenwoordigd door de zgn. “ouderling van dienst”, die onder andere de voorganger(s) een symbolische handdruk geeft, ten teken dat de gemeente de voorganger(s) draagt. Bij de vieringen van het OCP is iedereen van harte welkom, ongeacht kerkelijke (of niet-kerkelijke!) achtergrond.
OPENING Consistoriegebed. Voordat de voorgangers de kerk binnengaan, waar alles in gereedheid is voor het begin van de dienst, bidt de ouderling van dienst het consistoriegebed. Dit gebeurt in de Gerfkamer of in de Stiltekapel. De voorgangers en lector zijn hierbij aanwezig. In het gebed vraagt de ouderling onder meer om Gods zegen over de voorgangers en over de kerkdienst. Openingslied. Terwijl voorganger(s), ouderling van dienst en lector binnenkomen, klinkt het openingslied. Vaak is dit een Geneefse psalm uit het Liedboek voor de Kerken of een psalm uit Gezangen voor liturgie. Op bijzonderedagen wordt ook wel een vierstemmig openingslied gezongen. De lector legt de Bijbel op de lessenaar. Votum en groet. Nadat de ouderling van dienst de voorganger(s) een hand heeft gegeven, opent de voorganger met het Onze hulp (vakterm: adiutorium): “Onze hulp is in de naam van de Heer”, waarop de aanwezigen antwoorden: “die hemel en aarde gemaakt heeft.” Daarna groet de voorganger de aanwezigen met de groet van Paulus: “Genade zij u en vrede van God onze Vader en van de Heer Jezus Christus”, hetgeen de gemeente met een eenvoudig “Amen” beantwoordt. Hierna spreekt de voorganger een kort welkomstwoord. Aansteken van de kaarsen. Als symbool voor de aanwezigheid van Christus brandt bij iedere dienst (behalve op Goede Vrijdag) de paaskaars. Aan het vuur van de paaskaars worden de kaarsen op tafel aangestoken. Dit mogen de kinderen doen. De kinderen hebben ook een eigen kaars, die zij bij het begin van de Dienst van de Schrift meenemen naar de kindernevendienst, en ook de kinderen die met de oppas meegaan nemen een eigen kaars mee. Kyrie. In het kyrie-gebed wordt gebeden voor de nood van de wereld. Het gebed dat de voorganger uitspreekt wordt gevolgd door een gezongen “Heer ontferm u, Christus ontferm u, Heer ontferm u.” Gloria. Onmiddellijk na het kyrie volgt het gloria-lied, dat vaak afkomstig is uit het Liedboek voor de Kerken, uit Gezangen voor Liturgie, of uit Zingend Geloven. Ook andere bundels zijn in gebruik. In de Advent en de Veertigdagentijd (resp. de vier weken voor Kerstmis en de zes weken voor Pasen) wordt geen gloria-lied gezongen. DIENST VAN DE SCHRIFT Gebed. De voorganger begint de Dienst van de Schrift met het gebed bij het openen van de Bijbel. Hierna gaan de kinderen naar de kindernevendienst en/of -oppas; zij zullen tijdens de Dienst van de Tafel weer terugkomen. Lezing uit het Oude Testament . De eerste lezing is altijd uit het Oude Testament. De lector leest voor. Voor de lezingen wordt het oecumenisch leesrooster van de Raad van Kerken gevolgd, dat in de meeste Nederlandse kerken gehanteerd wordt. Tussenzang. Vaak een psalm, soms ook een ander lied. De tussenzang sluit aan bij het thema van de zondag. Lezing uit het Evangelie. Terwijl allen staan leest de voorganger uit het Evangelie. Hierop antwoordt de gemeente met een gezongen acclamatie. Ook voor de evangelielezing volgt het OCP vaak het leesrooster van de Raad van Kerken. Overweging. In de overweging legt de voorganger de tekst van de lezingen uit en betrekt die op de wereld van vandaag. Orgelimprovisatie. Geïnspireerd op de lezing(en) en/of de preek. De improvisatie is een meditatief moment voor alle aanwezigen. Geloofsbelijdenis. Meestal wordt de aloude apostolische geloofsbelijdenis uitgesproken, maar soms ook moderne teksten van bijv. Piet Schoonenberg. Collecte. De inzameling van de gaven, bestemd voor de bestrijding van de kosten van de eredienst. Na afloop van de dienst wordt nogmaals gecollecteerd, dan voor het behoud van de monumentale Stevenskerk. Tijdens de Advent en de Veertigdagentijd is er een extra collecte, die bestemd is voor een diaconaal doel in binnen- of buitenland. Zondagslied. Het zondagslied sluit thematisch aan bij de lezingen. Hiervoor wordt met enige regelmaat nieuwe kerkmuziek gebruikt. Met het zondagslied eindigt de Dienst van de Schrift. In de periode van mei tot oktober, als de dienst in de grote kerk gevierd wordt, gaan allen na het zondagslied naar het koor van de kerk voor de Dienst van de Tafel. In de andere maanden blijft iedereen gewoon in de kapel. DIENST VAN DE TAFEL Tafelgebed. Na enkele vaste inleidende woorden van de voorganger en antwoorden van de gemeente, bidt de voorganger het Tafelgebed. Hierin klinken onder meer het gezongen “Heilig” en de woorden waarmee Christus het sacrament van brood en wijn instelde. Soms wordt het Tafelgebed niet gesproken, maar gezongen. Onze Vader. Dit gebed wordt door allen gebeden in de oecumenische versie. Tijdens het Onze Vader wordt het kleine klokje in de dakruiter bovenop het koor geluid: een oproep aan ieder buiten de kerk om mee te bidden. Vredeswens. Met een handdruk wensen wij elkaar vrede toe. De kinderen zijn inmiddels teruggekomen van de kindernevendienst en/of -oppas, en delen mee in de vredeswensen. Communie. Iedereen die dat wil ontvangt brood en wijn. In het OCP zijn we ervan overtuigd dat het de Heer zelf is die ons aan Zijn maaltijd uitnodigt, en dat wij daarom niemand van de communie mogen uitsluiten. De voorgangers en degenen die meehelpen met het uitdelen van brood en wijn communiceren als laatsten. DIENST VAN DE GEBEDEN en SLOT Voorbeden. Bij de voorbeden worden ook altijd de gebeden betrokken die zijn opgeschreven in het boek in de Stiltekapel van de Stevenskerk. Mededelingen. Een vaste mededeling is de bestemming van de bloemen op de tafel: meestal een zieke of een jubilaris. Soms laten de kinderen zien wat zij tijdens de nevendienst hebben gedaan. Slotlied. Aan het einde van de dienst gekomen gaan allen staan en wordt het slotlied gezongen. Zegen. Met (heenzending en) zegen eindigt de dienst. Vaak wordt de zegen uit Numeri 6:24–26 gebruikt, maar ook wel de zegen van Paulus of de zegen van de middeleeuwse heilige St. Patrick. Koffie. Na afloop van de dienst staan voorganger(s) en ouderling van dienst bij de uitgang van de kapel (’s zomers: onderaan het koor), om iedereen een hand te geven. Vervolgens zijn alle aanwezigen van harte welkom om nog een kop koffie of thee te blijven drinken. Voor de kinderen is er limonade. Dit is bij uitstek een gelegenheid om na te praten of kennis te maken. Meestal zetten enkelen hun gesprekken na de koffie voort in een van de cafés op de Grote Markt. |